Media-oorlog in Bulgarije: censuur of valse concurrentie?
De Nieuwe Reporter, 7 februari 2011

Een aantal artikelen over de schimmige relaties tussen een concurrent en de staat dreigt de Bulgaarse krantenuitgeverij Economedia duur te komen te staan. De mededingingsautoriteit legde onlangs het concern een boete op wegens oneerlijke concurrentie. Economedia ziet de uitspraak als een poging tot censuur en gaat in beroep.

Vorig voorjaar sloegen elf Bulgaarse kranten de handen ineen en deden gezamenlijk een beroep op de Bulgaarse variant van de Wet Openbaarheid van Bestuur, met als doel er achter te komen waar de overheid bankierde. De informatie die ze boven tafel haalden loog er niet om: achttien overheidsinstellingen hadden bijna de helft van hun spaargeld ondergebracht op rekeningen van de relatief kleine, particuliere Co÷peratieve Handelsbank. De ruim 200 miljoen euro aan spaargeld was goed voor een derde van het vrije vermogen van de bank.

Het onderzoek bood een dankbare bron voor verhalen, waar de kranten weken uit konden putten. Daarbij gingen de economisch georiŰnteerde kwaliteitsbladen Dnevnik en Kapital, beide van Economedia, een stap verder dan de rest. Ze koppelden de gegevens aan informatie uit het handelsregister en aan reclameonderzoeken en legden een ingenieus web bloot. De overheid parkeert geld bij de Co÷peratieve Handelsbank; die is de huisfinancier van krantenuitgever de Nieuwe Bulgaarse Media Groep (NBMG) en besteedt daar bijna haar voltallige advertentiebudget. Zeventig procent van de reclame-inkomsten van de NBMG is afkomstig van de Co÷peratieve Handelsbank. De kranten van de NBMG schrijven ondertussen uitsluitend positief over de regering, wat des te opmerkelijker is, omdat ze de grootste tegenstander van de premier waren toen die nog gewoon oppositieleider was. Staat steunt bank, bank steunt media, media steunen staat, aldus Dnevnik en Kapital.

De NBMG was niet gelukkig met de aandacht en diende een klacht in bij de Commissie ter Bescherming van de Concurrentie. De publicaties zouden tendentieus zijn en schade berokkenen aan de goede naam van het bedrijf en zijn eigenaar, Irena Krasteva, een oud-directeur van de loterij van wie niemand precies weet hoe ze haar geld heeft verdiend. De klager kreeg gelijk: de publicaties waren suggestief en volgens de Bulgaarse mededingingswet mogen concurrenten zich niet negatief over elkaar uitlaten. Economedia kreeg een boete van zo'n 16.000 euro, 0,2 procent van de jaaromzet over 2010.

Publicaties met "enkele zwakke kanten"
"De publicaties bevatten enkele zwakke kanten," zegt oud-journalist en media-onderzoeker Ivo Indzhov. Dat is ook waar de commissie op wijst. "De feiten kloppen wel, maar de analyse is slecht. Feit is dat de Co÷peratieve Handelsbank acquisities van de NBMG financiert, maar dat is om te beginnen niet verboden en we weten ook niet of daarvoor overheidsgeld wordt gebruikt. Feit is ook dat Irena Krasteva nauwe banden heeft met Tsvetan Vasilev, de grootaandeelhouder van de bank. Maar daarmee is nog niet gezegd dat hij invloed kan uitoefenen op de redacties van Krasteva's kranten, zoals wordt gesuggereerd. Wat dat betreft heeft de commissie gelijk."

Ook advocaat Alexander Kashumov begrijpt de redenering van de commissie, maar hij plaatst daar wel een aantal serieuze kanttekeningen bij. "Je mag een concurrent inderdaad niet zwartmaken, maar volgens de jurisprudentie moet dat in relatie staan tot een fysiek product. Je mag bijvoorbeeld niet in een advertentie zeggen dat het product van een concurrent slecht is. Maar dit is een heel andere situatie." Kashumov is een van de initiatiefnemers van het Acces to Information Programme dat ijvert voor de openbaarheid van overheidsinformatie, en hij adviseert de redacties van Kapital en Dnevnik. "Met deze publicaties is ook een groot publiek belang gediend. Ze gaan over de relaties tussen politiek en media en over de besteding van publiek geld," zegt hij. Dit belang blijkt ook uit het feit dat de Europese Commissie - naar aanleiding van de publicaties - onderzoekt of geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun aan de bank. "Deze zaak gaat niet zozeer over concurrentie, maar over persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting."

Het zijn termen die in de 23 pagina's dikke uitspraak van de concurrentiecommissie welgeteld ÚÚn keer aan bod komen. Kashumov: "Er staat dat de vrijheid van meningsuiting niet absoluut is. Punt." Over waar de grenzen dan wel zouden liggen, laten de commissieleden zich niet uit. Internationale verdragen als de Europese Conventie voor de Rechten van de Mens - waar ook Bulgarije zich aan heeft te houden - doen dat wel en stellen strikte voorwaarden aan de beperking van de vrijheid van meningsuiting. Kashumov: "Geen van die voorwaarden is hier van toepassing."

Geen kwade opzet
De hoofdredacties van Dnevnik en Kapital zien de uitspraak als een poging van de regering om de media onder druk te zetten en trekken vergelijkingen met Hongarije. Daar nam de regering vorig jaar een nieuwe mediawet aan die de journalistieke vrijheid beperkt. Bulgarije bungelt al jarenlang onderaan de persvrijheidsindex van Reporters sans FrontiŔres en was vorig jaar (met Griekenland) Europees hekkensluiter, op een 71ste plaats, na landen als Benin en de Centraal Afrikaanse Republiek. Ondanks die slechte reputatie verdenkt Kashumov de commissie niet van kwade opzet. Eerder van onwetendheid.

"Dit is geen mededingingszaak, maar de commissieleden zullen dat niet erkennen," zegt Kashumov. "Mensen hier willen niet toegeven dat er grenzen aan hun macht zijn, ook niet als dat in het algemeen belang is. Dat is een probleem in alle jonge democratieŰn en slimme advocaten maken daar gebruik van. Ik heb daarom weinig vertrouwen in de uitkomsten van de rechtszaak. Economedia moet zijn verdediging veel sterker baseren op de vrijheid van meningsuiting. Dan kan de rechter die niet negeren, zoals de commissie heeft gedaan. Als advocaat moet je de rechter soms een beetje in de juiste richting helpen."

Maar ongeacht de uitkomst van de rechtszaak blijft het een gevaarlijke ontwikkeling, denken zowel Kashumov als Indzhov. De mededingingscommissie heeft zich uitgesproken in een zaak die feitelijk meer over journalistiek gaat dan over concurrentieverhoudingen. Als mediabedrijven doorkrijgen dat ze via het mededingingsrecht hun concurrenten inhoudelijk kunnen be´nvloeden, kan dat tot zelfcensuur leiden. Zeker in een tijd als deze, waarin een stille oorlog woedt in het Bulgaarse medialandschap. "Als advocaat waarschuw ik altijd dat je geen deuren moet openen die je later niet meer kunt sluiten," zegt Kashumov. "Morgen gebruikt een concurrent het wapen dat je zelf gecreŰerd hebt tegen jou."

Het is een les die ook Economedia nu leert. Want ironisch genoeg lijkt het bedrijf zelf de deuren als eerste op een kier te hebben gezet. Het verzoek om informatie dat vorig jaar aan de basis van alle publicaties lag, was volgens betrokkenen vooral bedoeld om de relaties tussen de Co÷peratieve Handelsbank en de Nieuwe Bulgaarse Media Groep aan te tonen, en niet zozeer om uit te zoeken waar de overheid eigenlijk bankiert. En dat maakt het uiteindelijk wellicht toch weer tot een mededingingszaak. Zij het wel een ingewikkelde.