De beer
Writer's Block Magazine, 1 september 2004

Shumen is een provinciestad zoals er zoveel zijn in Bulgarije. Aan de brede, groene centrumboulevards bieden statige paleizen onderdak aan het gemeentebestuur, het plaatselijke garnizoen, de universiteit of de bibliotheek. In de goedonderhouden parken en plantsoenen strijden protserige oorlogsmonumenten en reusachtige beelden van nationale helden om de aandacht van voorbijgangers. Alles is er schoon, modern en piekfijn in orde. De boulevards en parken zijn echter niet veel meer dan decorstukken die de werkelijkheid verhullen van gesloten fabrieken, afbrokkelende betonnen flats en vervallen huizen langs onverharde straten.

Wie de moeite neemt via de stoffige oude straatjes vanuit het centrum omhoog te klimmen, komt uit bij de dichte bossen van het nationale park Shumensko Plato. Hier is ook de plaatselijke dierentuin. "Zoopark Shumen" leest het in trotse letters bij de ingang. Maar net zoals de boulevards en parken in het centrum, is de ingang van de dierentuin een fašade. Binnen zitten in oude kooien een paar pauwen en fazanten, wat eenden en geiten, een uil en een baviaan. Kinderen gooien met popcorn en water naar de dieren, die zich er nauwelijks wat van aan trekken. Tussen de tralies van de kooien en de hekken die de kinderen op een veilige afstand moeten houden, liggen schurftige honden te slapen. Helemaal achterin de tuin zit een bruine beer, in een kooi nauwelijks groter dan een kamer in het naastgelegen Hotel Orbita.

"me4ka" staat op een bordje bij de kooi: bruine beer. Waarschijnlijk meer dan enig ander dier is de beer een symbool van het Balkangebergte. Overal in de straten van Shumen is hij terug te vinden. Meestal in brons of steen, soms op een bierglas of gevild aan de muur van een restaurant, maar altijd indrukwekkend, trots en sterk.

De beer in de dierentuin steekt zijn kooi door en zijn snuit door de tralies. Minutenlang tuurt hij naar de bossen en de bergen, in de richting van waar hij ooit gevangen is. In de richting ook van waar zijn soortgenoten in vrijheid leven, nog geen honderd kilometer verderop. Diep snuift hij de lucht van buiten zijn kooi op. Een keer. Twee keer. Drie keer. Dan loopt hij zes passen achteruit, gooit zijn lichaam om en begint aan een nieuw rondje door zijn kooi. Een rondje dat hem onherroepelijk opnieuw met zijn snuit tussen de tralies zal brengen. Turen, drie keer snuiven, zes passen terug en opnieuw beginnen. Net zolang tot de zon onder is en de laatste bezoeker de dierentuin verlaten heeft.

Nog geen honderd kilometer naar de vrijheid. Voor een volwassen beer is het maar een paar dagen lopen. De verroeste tralies en het hek van Zoopark Shumen kunnen nauwelijks een belemmering zijn voor de dierentuinbeer. Maar het dier verlangt al lang niet meer naar vrijheid. Als hij zijn snuit door de tralies steekt, zijn zijn ogen leeg, is zijn blik blind. En als hij de lucht diep inademt is het niet de frisse berglucht die hij ruikt, maar de geur van Shumensko Pivo, de bierbrouwerij die vierentwintig uur per dag een geur van vers bier en alcohol over het dal verspreidt. De beer inhaleert diep.

Tegen zonsondergang nemen zwerfjongens bezit van de parkeerplaats buiten de dierentuin. Een van hen klemt in zijn hand een lijmfles stevig vast. De jongens doorzoeken de vuilnisbakken, vallen de laatste automobilisten lastig en maken ruzie. Als de jongen met de lijmfles in een roes op de grond valt, springen zijn makkers bovenop hem en beroven hem van de laatste bezittingen die hij heeft. Kleingeld. Schoenen. Riem. Lijmfles. De jongens verdelen de buit en geven de lijmfles door. Ze inhaleren diep. Een keer. Twee keer. Drie keer. Dan steken ze de straat over richting centrum en beginnen aan hun eerste rondje langs de boulevards en parken.